Omhoog Inhoud

 
 Heraldiek

 

Start

 

Deze pagina is voor een groot deel ontleend aan het onderzoek van Nico van Dinther.

Uit Grepen uit de Geschiedenis van Dinther 1139-1989, door J. van der Leest, uitgegeven naar aanleiding van het 850 jarig bestaan van Dinther.

De heraldiek zoals die ons nu bekend is, vindt haar oorsprong voornamelijk in de elfde eeuw als een herkenningsteken van een persoon of groep van personen op een slagveld.  Het heraldisch wapen moet voldoen aan een aantal kenmerken waarbij kleuren belangrijke elementen zijn. Een grondregel die hierbij in acht moet worden genomen is dat men geen metaal op metaal en geen kleur op kleur mag gebruiken.

Van de familie van Dinther, in de 14e eeuw,  is het nodige bewaard gebleven. De basisfiguur in het wapen wordt gevormd door het zogenaamde vierblad. Algemeen in de verhouding 2 : 1. Dit wil zeggen dat op het wapenschild bovenin 2 figuren zijn te onderscheiden en daaronder - in het puntige deel - 1 figuur.

Op bewaard gebleven zegels zijn fraaie voorbeelden te zien. Binnenkort zullen op deze pagina diverse zegels en andere heraldische tekens te zie zijn van de familie van Dinther.

Dirck Flours van Dynter
Het zegel van Dirck Flours van Dinther is tot nu toe het oudst bekende zegel van een Van Dinther en dateert van 22 april 1339. Het zegel hangt aan de originele kwitantie die is opgemaakt te Brussel.
Dirck was knape en wapendrager. Hij verklaart van de hertog (Jan III) een bedrag van 3 livres oude groten te hebben ontvangen, uitbetaald door Herman van Oss en Jan van Meldert, voor deelname te paard en getooid met een helm, aan de plaats hebbende oorlog tussen Engeland en Frankrijk. In de in 1337 tussen Engeland, Eduard III en Frankrijk, Filips VI van Valois, uitgebroken oorlog, die later bekend staat als de "honderd-jarige oorlog" koos hertog Jan III van Brabant de zijde van de Engelse koning.
Het zegel vertoont 3 vierbladen (2 : 1) met als brisure een rechter schuinbalk waarop afgebeeld 4 kepers. De breuk is mogelijk afkomstig van zijn moeder een vrouw vermoedelijk uit het geslacht Spierinc. Het zegel in groene was heeft een middellijn van 19 mm, het randschrift luidt:
* S. Diederick* Floers *. Het zegel wordt ook beschreven in Sceaux Armoriés des Pays Bas et des Pays Avoisinantes van J.Th. de Raadt uit 1898.

In 1339 komt kasteel Heeswijk in het bezit van de Gelderse edelman Walraven van Benthem door zijn huwelijk met Agnes van Heeswijk, erfdochter van Dirk II van Heeswijk. (vermeld 1284-1297)

Een zegelafbeelding uit 1355 van Dirck van Dinther, ridder, is een zeer mooi voorbeeld van de zegelsnijkunst. De afbeelding toont een schuingeplaatst schild met 3 vierbladen met in de heraldische linkerbovenhoek een pothelm en een helmkleed. Als helmteken is een zogenaamde adelaarsvlucht te zien, ook hier weer opgesierd met vierbladen. Het uitkomende helmteken is een dierfiguur, die doet denken aan een drakenhals- en kop.

Zegelafgietsel nr. 27823 17 mei 1355 (ARA Brussel)

 

 

 

 

Alle elementen op de kleur na, die een heraldisch wapen kan bevatten hebben in het zegel op een zeer fraaie wijze gestalte gekregen. Over de gevoerde kleuren zijn wij uit een latere tijd geïnformeerd. De bekende wapenkaart in het kasteel van Helmond van 1600 vervaardigd door Jean Baptist Zangerius ten behoeve van de aartshertog Albert en aartshertogin Isabella, vertoont een variatie op hierboven beschreven wapen en geeft de volgende kleuren weer: het veld rood en de vierbladen van zilver. De variaties in de wapens worden ook wel breuken of brisuren genoemd en worden gebruikt ter aanduiding van bijvoorbeeld een jongere of zijtak van het geslacht.

Een voorbeeld van een wapenvariatie is die van Roelof van Dinther (knape) uit het jaar 1374. Naast de drie "vierbladen" is in het midden van het schild een vijfpuntige ster herkenbaar als breuk of brisure.

Het zegel hangt aan een kwitantie vanwege een schadeloosstelling vanwege deelname van Roelof van Dinther aan de Slag bij Baesweiler.

Zegelafgietsel nr. 21860 uit 21 december 1374 (ARA Brussel)

 

 

Jonker Arnold de ROOVER Dirkszn., ridder, schepen in 1349 en 1355. Hij was gehuwd met Catharina Berthout gezegd van Berlaer, dochter van Lodewijk, heer van Helmond en Keerbergen, en van Johanna van Dinther. Na het overlijden van haar zou hij nog zijn hertrouwd met Maria van Leyenberg Gerardsdr. De Roover was lid der Lieve-Vrouwe-broederschap en verwisselde het tijdelijke met het eeuwige in 1384

 

Uit Bossche Zegels: http://www.rat.de/kuijsten/zegels/z027.html

 

 

Jan van Dinther

Zoon van Ambrosius-Emondsz. van Dinther en was amman of schout van Antwerpen. Het afgebeelde wapen is onderdeel van een gebrandschilderd raam in de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal van Antwerpen.

Foto: Peter van Dinther

 

 

 

 

Als notaris in vroeger tijden traden op geestelijken of gekruinscheerde leken. Deze clerici behoorden, ervaren als zij waren in juridische en administratieve zaken en kerkrechtelijk behorend tot de bovenlaag in de stedelijke samenleving. De notariële grossen op uitgewerkte akten, waarvan een exemplaar werd uitgereikt aan de cliënt, werd voorzien van een vignet van de notaris. deze vignetten doen denken aan religieuze voorwerpen zoals de monstransen en ciboriën, mede mogelijk te verklaren uit de achtergronden waaruit de notarissen voortkwamen.

Zegel van Paulus van Dinther uit 1384

 

 

 

 

 

In de eerste helft van de veertiende eeuw schreef de Antwerpse schepenklerk Jan van Boendale zijn Brabantsche yeesten. De eerste versie van de kroniek was gereed in 1316 en omvatte zo'n twaalfduizend verzen, verspreid over vijf boeken. De tekst bestond uit een bloemlezing van de Brabantse passages uit de Spiegel historiael van Jacob van Maerlant en een gedeeltelijke vertaling van de Chronica de origine ducum brabantiae.

In de jaren die volgden bleef Boendale aan zijn tekst werken. Hij vulde zijn tekst aan met behulp van andere historiografische teksten - onder andere van Lodewijk van Velthem - en hij beschreef zelfstandig de gebeurtenissen in het hertogdom Brabant tot het midden van de veertiende eeuw.

Notarismerk van Emond de Dynter (1411)

In het tweede kwart van de vijftiende eeuw werd de kroniek van Boendale voortgezet door een anonieme dichter achter wie mogelijk de Brabantse hofzanger-kapelaan Weinken van Cotthem (ca. 1390-1457) schuilgaat. In het Zoniënwoud bij Brussel berijmde hij het materiaal dat hem werd aangereikt door de Brusselse stadspensionaris Petrus de Thimo en de hofambtenaar Emond de Dynter. Het zesde boek, handelend over de regeerperiode van Johanna en Wenceslas (1356-1406), was gereed in 1432. In 1441 volgde ook het zevende boek waarin de gebeurtenissen werden beschreven die hadden plaatsgevonden onder de Brabantse hertogen van Bourgondische afkomst: Antoon, Jan IV en Filips.In het kader van het editieproject rond de Brabantsche yeesten werd op 15 februari 2001 een studiedag georganiseerd aan de K.U. Brussel en de Koninklijke Bibliotheek Albert I, bedoeld voor de studenten die bij het project betrokken zijn. Remco Sleiderink gaf 's ochtends eerst een inleiding over het ontstaan van de Yeesten

Het spannendste deel van de studiedag vond plaats in de Koninklijke Bibliotheek waar de belangrijkste handschriften van en rond de Brabantsche yeesten konden worden bestudeerd. Hieronder worden ze nog eens opgesomd:

IV 687

ca. 1440. Eigenhandige, historiografische aantekeningen van Petrus de Thimo met daartussen De mutatione van de hand van Emond De Dynter (f. 20-25). Als deel van een groter geheel ook Carmen in laudem Brabantiae van Henricus de Oesterwijck / Henricus Custodis (f. 45r-45v).

 

 

 

 

 

 

 

 

Zegel van Ambrosius de Dynter (1447)

 

 

 

 

 

 

 

In het familiewapen register van het Nederlands genealogisch Bureau is bijgaand wapen opgenomen. Het gaat hier over een wapen dat ontwikkeld is voor Elisabeth van Dinther, rechtstreekse afstammelinge van Willem van Dinther 1664-1712 (Geffen) en Hildegonda van Aelsfoort.

Uit de stamreeks van Elisabeth van Dinther  blijkt:
Willem Jansse van Dinther olieslager
Geboren ongeveer 1664, overleden 03-09-1712 te Geffen (laet sijn vrouw en 3 cinderen) gehuwd op 24-04/5-5 1607 te Geffen
getuigen Geritide Jongers en Barbara van der Heijden.
Met Hildegonda (Hilleke) van Aelsfoort, dochter van Cornelis Peters van Aelsfoort

 

 

 

Jan Coptiten

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan pvandinther@chello.nl.
Copyright © 2006 Website van Dinther, van Dinter, van Dinteren en van Denderen
Laatst bijgewerkt: 23 december 2009