Inhoud

 
 Algemeen

 

Start
Kluizenaressen
Het Lombardje

 

Op de site van het Stadsarchief staat een zeer lezenswaardige opsomming van de geschiedenis van de stad 's-Hertogenbosch.

Stadsarchief

Hieronder heb ik een korte samenvatting gegeven voor diegenen die hier tevreden mee zijn.

 

Korte geschiedenis van 's-Hertogenbosch

Sinds 1 januari 1996 bestaat de gemeente 's-Hertogenbosch uit de rond 1185 gestichte stad 'sHertogenbosch en een aantal daaromheen gelegen, oudere kerkdorpen, waarvan Rosmalen het grootste is. Al in de Gallo-Romeinse periode werd dit gebied bewoond door onder meer de Bataven die in Empel een tempel bouwden gewijd aan hun favoriete godheid Hercules Magusanus. Dit krijgshaftige volk verdedigde enkele eeuwen lang de grenzen van het Romeinse wereldrijk tegen de opdringende barbaarse stammen. Na de val van het Romeinse Rijk (ca. 400 n. Chr.) gebeurde er in deze streken een tijdlang weinig. In de ]]de eeuw raakte de samenleving in een stroomversnelling: de bevolking nam toe, bossen werden gerooid, de productie nam toe en er ontstond behoefte aan marktplaatsen waar de boeren hun overtollige waren voor goed geld konden verkopen. Kort voor 1200 vestigden zich op de plaats waar nu de Bossche Markt ligt kooplieden op de voet gevolgd door ambachtslieden zoals smeden, bakkers en wevers. Van hertog Hendrik 1 van Brabant (1190-1235) kreeg de nieuwe nederzetting een stedelijk recht dat (in later afschrift) volledig is bewaard en in rechtshistorisch opzicht zeer interessant is. Den Bosch werd een van de vier hoofdsteden van het hertogdom Brabant (de andere waren Brussel, Leuven en Antwerpen).

De nieuwe stad groeide zo snel dat hij rond 1300 al zeker 10.000 inwoners telde. Bossche schippers voeren de Rijn op tot Keulen om daar wijn te halen, naar de Oostzee om er haring te vissen en naar Luik om er kalk, natuursteen, wapens en geel koperen voorwerpen in te slaan. Het verzorgingsgebied van de stad strekte zich uit over vrijwel geheel oostelijk Noord-Brabant.

 

 

Tussen 1475 en 1525 kende 's-Hertogenbosch het hoogtepunt van zijn bloei.

In deze tijd kwam de St. Janskerk, uitgevoerd in Brabants-Gotische stijl, tot voltooiing. Voor de sociaal zwakkeren was er een fijnmazig vangnet van sociale voorzieningen, de z.g. Godshuizen. De stad was verdeeld in negen wijken of blokken met elk zijn eigen buurtkapel en zijn eigen wijkorganisatie. De vier stedelijke schutterijen weerden zich geducht in de vele oorlogen die de hertog van Brabant voerde vooral tegen de Geldersen aan de overzijde van de rivier de Maas. In deze tijd leefde ook de kunstschilder Jeroen Bosch (ca. 1450 -1516), wiens werken thans overal ter wereld in musea te bewonderen zijn. Zijn beste schilderijen waren erg in trek bij de Habsburgers Philips de Schone, Karel V en Philips II. Een centrum van cultuur was ook de Illustere Lieve Vrouwebroederschap, opgericht in 1318 en vanaf 1485 gevestigd in het Zwanenbroedershuis aan de Hinthamerstraat. Deze nog steeds bestaande religieuze broederschap richtte grootse festijnen aan die werden opgeluisterd door zangers. Vanaf ca. 1525 raakte de stad economisch in verval. De Opstand, die in 1566 uitbarstte met een gewelddadige Beeldenstorm, leidde tot een diepe crisis. In 1579 koos het stadsbestuur partij voor de koning van Spanje en daarmee voor het vernieuwde katholicisme. Om religieuze, politieke en economische redenen verlieten toen duizenden Bosschenaren hun vaderstad om er nooit meer terug te keren. Het platteland rond de stad, waar de Bosschenaren veel boerderijen en land bezaten, werd totaal verwoest. De oude bakstenen muren werden vervangen door aarden wallen en vooruitstekende bastions

Huursoldaten namen de defensie over van de stedelijke schuttersgilden. Aangezien het niet moeilijk was de directe omgeving onder water te zetten, gold de vesting als onneembaar. In 1629 moest 's-Hertogenbosch zich echter na een beleg uitgevoerd door stadhouder Frederik Hendrik overgeven aan de Staten-Generaal. De katholieke godsdienst mocht sindsdien niet openlijk meer beleden worden. De katholieken moesten hun diensten voortaan in schuilkerken ('schuurkerken') houden. De mannenkloosters werden meteen in 1629 opgeheven, de vrouwenkloosters mochten uitsterven; de vele kloostergebouwen werden gesloopt of kregen een andere bestemming. Ten tijde van de Republiek (1629-1794) kende de stedelijke samenleving een rijk geschakeerd karakter. Het handelsverkeer bleef van groot belang, het garnizoen drukte een stempel op de samenleving en economisch gezien kon de stad zich goed handhaven. Grote kooplieden zoals de Van Bree's dreven handel tot in Portugal toe. Hoewel de bevolking in meerderheid katholiek bleef, nam de religieuze diversiteit toe: naast een omvangrijke Nederduits Gereformeerde Gemeente (die o.a. de St. Jan, voortaan Grote Kerk geheten, in gebruik nam) waren er een Waals Gereformeerde Gemeente, een Lutherse Kerk en vanaf de late 18de eeuw ook een kleine Joodse Gemeenschap.

In 1810 bracht keizer Napoleon een bezoek aan de stad en bij die gelegenheid schonk hij de St. Janskerk terug aan de katholieken. De eeuw daarop zouden zij de kerk zowel uit- als inwendig restaureren en verfraaien. In 1853 keert het Mirakelbeeld van de Zoete Lieve Vrouw - dat na 1629 in de Zuidelijke Nederlanden in veiligheid was gebracht - terug naar de Sint-Jan.

In de 19de eeuw werd 's-Hertogenbosch nog meer dan voorheen een centrum van bestuur, rechtspraak, onderwijs en uitgeverijen. Vanaf 1796 was hier het provinciale bestuur gevestigd. Het grootste gedeelte van de provinciale élite woonde in of rond 's-Hertogenbosch. De markthandel zorgde voor veel vertier, de industrialisatie daarentegen zette niet door wegens een gebrek aan geschikte en betaalbare bouwgrond (vanwege de vestingstatus). Sociaal gezien waren de verschillen groot. Een omvangrijke volksklasse leefde onder zeer slechte omstandigheden. In 1882 kwam het tot de oprichting van de nog steeds bloeiende Oeteldonkse Club. Deze stelde zich ten doel het carnaval te beschaven, en met succes. De ontmanteling van de vesting vanaf 1874 schiep voor het eerst sinds eeuwen de mogelijkheid tot uitbreiding. Nieuwe wijken als 't Zand en De Muntel maakten het mogelijk de verkrotting een halt toe te roepen. De welgestelden namen ondertussen de wijk naar het bosrijke Vught waar een groot aantal landgoederen ontstond. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de industrialisatie met kracht ter hand genomen, waardoor er voor het eerst sinds lange tijd een eind kwam aan de grote structurele werkloosheid. Door de fusie met de gemeente Rosmalen werd de grens van de 100.000 inwoners overschreden. Ondanks deze groei bleef het historische karakter van de binnenstad redelijk intact.

 

 

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan pvandinther@chello.nl.
Copyright © 2006 Website van Dinther, van Dinter, van Dinteren en van Denderen
Laatst bijgewerkt: 23 december 2009